Verhuurd terrein was via onderhuur verplicht ondernemingsvermogen

Den Haag  - Het verwijzingshof oordeelt dat ook terrein 2 tot het ondernemingsvermogen behoort. Er is geen sprake van gewekt vertrouwen.

A dreef aanvankelijk samen met zijn vader B in maatschapsverband en later alleen een onderneming. De onderneming werd uitgeoefend op bedrijfsterrein 1. Dit terrein werd gehuurd door B die dit terrein onderverhuurde aan de maatschap. Het terrein maakte deel uit van een groter complex van bedrijfsruimten en bedrijfsterreinen. In 1995 kocht A het complex en verhuurde hij naast terrein 1 ook terrein 2 aan zijn vader. De overeenkomst tot onderverhuur van B aan de maatschap werd vernieuwd. In 2008 heeft A het complex met winst verkocht. De inspecteur stelt dat ook de toe te rekenen winst aan de terreinen is belast.

Het hof oordeelde dat de terreinen verplicht privévermogen vormen, omdat A deze terreinen louter ter belegging had aangekocht en deze als particulier heeft verhuurd aan zijn vader. Aan dit oordeel doet niet af dat de beide terreinen worden gebruikt in de onderneming van A. De staatssecretaris ging in cassatie.

In ons bericht van 29 maart 2016 Verhuurd terrein was via onderhuur verplicht ondernemingsvermogen lees je het arrest van de Hoge Raad. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie gegrond. De zaak wordt verwezen voor een hernieuwde beoordeling van de vermogensetikettering van terrein 2 en de gevolgen daarvan voor de hoogte van deze aanslag.

Volgens het hof heeft de Hoge Raad geoordeeld dat (ook) terrein 2 tot het ondernemingsvermogen behoort en dat alleen het beroep op het vertrouwensbeginsel aan de orde is. Hierbij merkt het hof wel op dat, gelet op de in rechtsoverweging 2.4 van het verwijzingsarrest gebruikte bewoordingen (“hernieuwde beoordeling”), een zekere tegenstrijdigheid tussen de rechtsoverwegingen 2.3 en 2.4 van het verwijzingsarrest valt te onderkennen. Het hof komt tot de conclusie dat A aan de aanslagregeling IB voor de jaren 1998 tot en met 2001 niet een in rechte te beschermen vertrouwen kan ontlenen dat de inspecteur de etikettering als privévermogen had aanvaard.

Hof Arnhem-Leeuwarden, 29 november 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:9614